De of het influenzavirus?

Het juiste lidwoord is:

het influenzavirus

  • Meervoud: de influenzavirussen
Betekenis (medisch, virussen) benaming voor de soorten uit familie Orthomyxoviridae, die zware griep veroorzaken

Zo gebruik je influenzavirus

Met lidwoordhet influenzavirus
Dit of dezedit influenzavirus
Dat of diedat influenzavirus
Ons of onzeons influenzavirus
Jouwjouw influenzavirus
Elk of elkeelk influenzavirus
Welk of welkewelk influenzavirus?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot influenzavirus, het grote influenzavirus
Meervoudde influenzavirussen, deze influenzavirussen

Voorbeeldzinnen met influenzavirus

  • We weten dat we om de zoveel decennia te maken zullen krijgen met een nieuwe grieppandemie, maar welk influenzavirus dat zal zijn weten we niet.
  • De conclusie van de studies van Shope lag voor de hand: het influenzavirus dat de Spaanse griep van 1918 had veroorzaakt was inderdaad van varkens naar de mens overgegaan.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).