De of het fruitteler?

Het juiste lidwoord is:

de fruitteler

  • Meervoud: de fruittelers
Betekenis (landbouw, beroep) iemand die fruitteelt

Zo gebruik je fruitteler

Met lidwoordde fruitteler
Dit of dezedeze fruitteler
Dat of diedie fruitteler
Ons of onzeonze fruitteler
Jouwjouw fruitteler
Elk of elkeelke fruitteler
Welk of welkewelke fruitteler?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote fruitteler, de grote fruitteler
Meervoudde fruittelers, deze fruittelers

Voorbeeldzinnen met fruitteler

  • Voor varkenshouder en fruitteler Mark van den Oever uit Sint Hubert was de maat vol en hij richtte de Farmers Defence Force op …
  • "Maar wat er hangt, daarvan is de kwaliteit super", zegt fruitteler Cees Masteling in Marknesse.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).