De of het brandweerman?

Het juiste lidwoord is:

de brandweerman

  • Meervoud: de brandweermannen / brandweerlieden / brandweerlui
  • Verkleinwoord: het brandweermannetje
Betekenis (beroep) speciaal voor het bestrijden van branden opgeleid lid van de brandweer

Zo gebruik je brandweerman

Met lidwoordde brandweerman
Dit of dezedeze brandweerman
Dat of diedie brandweerman
Ons of onzeonze brandweerman
Jouwjouw brandweerman
Elk of elkeelke brandweerman
Welk of welkewelke brandweerman?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote brandweerman, de grote brandweerman
Meervoudde brandweermannen, deze brandweermannen

Voorbeeldzinnen met brandweerman

  • Een brandweerman redde Tom.
  • Tom is een brandweerman.
  • Een brandweerman heeft Tom gered.

Woorden die eindigen op brandweerman

oud-brandweerman

Bij samenstellingen bepaalt het laatste deel het lidwoord. Bekijk de regel

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).