De of het echel?

Het juiste lidwoord is:

de echel

  • Meervoud: de echels
  • Verkleinwoord: het echeltje

Zo gebruik je echel

Met lidwoordde echel
Dit of dezedeze echel
Dat of diedie echel
Ons of onzeonze echel
Jouwjouw echel
Elk of elkeelke echel
Welk of welkewelke echel?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote echel, de grote echel
Meervoudde echels, deze echels

Woorden die eindigen op echel

giechel | gegiechel

Bij samenstellingen bepaalt het laatste deel het lidwoord. Bekijk de regel

Woorden die beginnen met echel

echelle | echelon

Meervoud, verkleinwoord en vertaling: WikiWoordenboek, licentie CC BY-SA 4.0.