De of het bakersprookje?

Het juiste lidwoord is:

het bakersprookje

  • Meervoud: de bakersprookjes
Regel Verkleinwoorden (-je, -tje, -pje): altijd het. Bekijk de regel
Betekenis 1. sprookje voor kleine kinderen 2. ongeloofwaardig verhaal dat door vroedvrouwen wordt verteld als een waarheid

Zo gebruik je bakersprookje

Met lidwoordhet bakersprookje
Dit of dezedit bakersprookje
Dat of diedat bakersprookje
Ons of onzeons bakersprookje
Jouwjouw bakersprookje
Elk of elkeelk bakersprookje
Welk of welkewelk bakersprookje?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot bakersprookje, het grote bakersprookje
Meervoudde bakersprookjes, deze bakersprookjes

Voorbeeldzinnen met bakersprookje

  • Bakersprookjes bevat bekende en onbekende verhalen waarin herhaling centraal staat.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).