De of het dorpswinkel?

Het juiste lidwoord is:

de dorpswinkel

  • Meervoud: de dorpswinkels
  • Verkleinwoord: het dorpswinkeltje
Betekenis kleine winkel in een dorp

Zo gebruik je dorpswinkel

Met lidwoordde dorpswinkel
Dit of dezedeze dorpswinkel
Dat of diedie dorpswinkel
Ons of onzeonze dorpswinkel
Jouwjouw dorpswinkel
Elk of elkeelke dorpswinkel
Welk of welkewelke dorpswinkel?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote dorpswinkel, de grote dorpswinkel
Meervoudde dorpswinkels, deze dorpswinkels

Voorbeeldzinnen met dorpswinkel

  • In de plaatselijke dorpswinkel met levensmiddelen, sigaretten en kranten viel mijn oog op de vette krantenkoppen: Lehman was omgevallen.
  • De dorpsbewoners zorgden daar zelf voor door dorpshuis Ons Genoegen te openen met allerlei faciliteiten zoals een bibliotheek, een dorpswinkel en een peuterspeelzaal.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).