De of het buurtpark?

Het juiste lidwoord is:

het buurtpark

  • Meervoud: de buurtparken
  • Verkleinwoord: het buurtparkje
Betekenis park dat is aangelegd voor de bewoners van een wijk

Zo gebruik je buurtpark

Met lidwoordhet buurtpark
Dit of dezedit buurtpark
Dat of diedat buurtpark
Ons of onzeons buurtpark
Jouwjouw buurtpark
Elk of elkeelk buurtpark
Welk of welkewelk buurtpark?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot buurtpark, het grote buurtpark
Meervoudde buurtparken, deze buurtparken

Voorbeeldzinnen met buurtpark

  • Het enige wat zij aan natuur zullen tegenkomen in het grootste deel van hun leven bestaat uit dat buurtparkje, of wat planten en insecten in een achtertuin.
  • Het buurtpark veranderde in een troosteloze vlakte van modder en water, die 's nachts werd verlicht door het oranje schijnsel van straatlantarens met streeppatronen van de regen.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).