De of het deeg?

Het juiste lidwoord is:

het deeg

  • Meervoud: de degen
  • Verkleinwoord: het deegje
Betekenis (kookkunst) ongebakken kneedbare uitgangsmateriaal voor het bakken van diverse broden en gebak, vervaardigd van meel aangevuld met rijsmiddelen als gist, bakpoederof ei …

Zo gebruik je deeg

Met lidwoordhet deeg
Dit of dezedit deeg
Dat of diedat deeg
Ons of onzeons deeg
Jouwjouw deeg
Elk of elkeelk deeg
Welk of welkewelk deeg?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot deeg, het grote deeg
Meervoudde degen, deze degen

Voorbeeldzinnen met deeg

  • Tom sneed het deeg in twee gedeelten.
  • Spreid het deeg uit met je handen.
  • Begin met het uitrollen van het deeg.

Woorden die eindigen op deeg

pizzadeeg | bladdeeg | brooddeeg | feuilleteedeeg | koekdeeg | brikdeeg | kruimeldeeg | pillendeeg | filodeeg | bladerdeeg | zuurdeeg | gistdeeg | korstdeeg | aardappeldeeg

Bij samenstellingen bepaalt het laatste deel het lidwoord. Bekijk de regel

Woorden die beginnen met deeg

deegbal | deeghaak | deegkorst | deegkruimel | deeglap | deegrand | deegrol | deegroller | deegsnijder | deegsoort | deegwaar

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).