De of het koekdeeg?

Het juiste lidwoord is:

het koekdeeg

  • Meervoud: de koekdegen
Betekenis (kookkunst) een mengsel van meel, boter, ei, en suiker waarvan met koekjes kan bakken

Zo gebruik je koekdeeg

Met lidwoordhet koekdeeg
Dit of dezedit koekdeeg
Dat of diedat koekdeeg
Ons of onzeons koekdeeg
Jouwjouw koekdeeg
Elk of elkeelk koekdeeg
Welk of welkewelk koekdeeg?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot koekdeeg, het grote koekdeeg
Meervoudde koekdegen, deze koekdegen

Voorbeeldzinnen met koekdeeg

  • Met moeite worstelde ze zich uit haar nachtpon. Haar ledematen leken van koekdeeg. In alleen een hemd en broekje liet ze zich op bed vallen en viel direct in een onrustige slaap.
  • Leg bolletjes koekdeeg op de plaat en druk plat. Snijd met een mesje een V uit de bovenkant van het platgedrukte stukje deeg. Zo maak je de hartjes vorm.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).