De of het decaëder?

Het juiste lidwoord is:

de decaëder

  • Meervoud: de decaëders
  • Verkleinwoord: het decaëdertje
Betekenis regelmatig tienvlak

Zo gebruik je decaëder

Met lidwoordde decaëder
Dit of dezedeze decaëder
Dat of diedie decaëder
Ons of onzeonze decaëder
Jouwjouw decaëder
Elk of elkeelke decaëder
Welk of welkewelke decaëder?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote decaëder, de grote decaëder
Meervoudde decaëders, deze decaëders

Woorden die eindigen op decaëder

dodecaëder

Bij samenstellingen bepaalt het laatste deel het lidwoord. Bekijk de regel

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).