De of het afvallingskoers?

Het juiste lidwoord is:

de afvallingskoers

  • Meervoud: de afvallingskoersen
Betekenis (wielrennen) wielerwedstrijd waarbij steeds de laatste renner of ploeg uit de race wordt genomen

Zo gebruik je afvallingskoers

Met lidwoordde afvallingskoers
Dit of dezedeze afvallingskoers
Dat of diedie afvallingskoers
Ons of onzeonze afvallingskoers
Jouwjouw afvallingskoers
Elk of elkeelke afvallingskoers
Welk of welkewelke afvallingskoers?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote afvallingskoers, de grote afvallingskoers
Meervoudde afvallingskoersen, deze afvallingskoersen

Voorbeeldzinnen met afvallingskoers

  • De flamboyante Van Schip, die op de weg uitkomt voor Roompot-Charles, won het eerste onderdeel (de scratch) en eindigde als tweede in de afvallingskoers.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).