De of het dodecaëder?

Het juiste lidwoord is:

de dodecaëder

  • Meervoud: de dodecaëders
  • Verkleinwoord: het dodecaëdertje
Betekenis (wiskunde) een regelmatig veelvlak bestaande uit twaalf vijfhoeken

Zo gebruik je dodecaëder

Met lidwoordde dodecaëder
Dit of dezedeze dodecaëder
Dat of diedie dodecaëder
Ons of onzeonze dodecaëder
Jouwjouw dodecaëder
Elk of elkeelke dodecaëder
Welk of welkewelke dodecaëder?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote dodecaëder, de grote dodecaëder
Meervoudde dodecaëders, deze dodecaëders

Voorbeeldzinnen met dodecaëder

  • Het is niet ongebruikelijk dat een chemisch complex de vorm van een dodecaëder aanneemt.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).