De of het daghandel?

Het juiste lidwoord is:

de daghandel

Betekenis het op dezelfde dag kopen en verkopen van iets (met name van effecten)

Zo gebruik je daghandel

Met lidwoordde daghandel
Dit of dezedeze daghandel
Dat of diedie daghandel
Ons of onzeonze daghandel
Jouwjouw daghandel
Elk of elkeelke daghandel
Welk of welkewelke daghandel?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote daghandel, de grote daghandel

Voorbeeldzinnen met daghandel

  • Een ander maakte de sarcastische opmerking dat z'n daghandel verpest was omdat z'n hotspot steeds wegliep.
  • Ze gingen transacties aan met derivaten waarbij het verbod op daghandel, bij veel banken en vermogensbeheerders verboden, werd overtreden.

Woorden die beginnen met daghandel

daghandelaar | daghandelcafé

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).