De or het daghandel?

The correct Dutch article is:

de daghandel

Meaning (Dutch) het op dezelfde dag kopen en verkopen van iets (met name van effecten)

How to use daghandel

the daghandelde daghandel
this daghandeldeze daghandel
that daghandeldie daghandel
our daghandelonze daghandel
your daghandeljouw daghandel
every daghandelelke daghandel
which daghandel?welke daghandel?
a big daghandel / the big daghandeleen grote daghandel, de grote daghandel

Example sentences with daghandel

  • Een ander maakte de sarcastische opmerking dat z'n daghandel verpest was omdat z'n hotspot steeds wegliep.
  • Ze gingen transacties aan met derivaten waarbij het verbod op daghandel, bij veel banken en vermogensbeheerders verboden, werd overtreden.

Dutch words starting with daghandel

daghandelaar | daghandelcafé

Meaning, plural, diminutive, pronunciation and translations: WikiWoordenboek (Dutch Wiktionary) (CC BY-SA 4.0). Example sentences: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).