De of het bruggengeld?

Het juiste lidwoord is:

het bruggengeld

  • Meervoud: de bruggengelden
Betekenis 1. (scheepvaart) vergoeding die een schipper moet betalen voor het openen van een beweegbare brug 2. (verkeer) tol die betaald moet worden als je een brug over wil

Zo gebruik je bruggengeld

Met lidwoordhet bruggengeld
Dit of dezedit bruggengeld
Dat of diedat bruggengeld
Ons of onzeons bruggengeld
Jouwjouw bruggengeld
Elk of elkeelk bruggengeld
Welk of welkewelk bruggengeld?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot bruggengeld, het grote bruggengeld
Meervoudde bruggengelden, deze bruggengelden

Voorbeeldzinnen met bruggengeld

  • Ook bijkomende kosten zoals voor afschrijving en renteverlies, verzekeringen, onderhoud, stalling, liggeld, brandstof (diesel) en sluis- en bruggengeld zijn gestegen.
  • (…) Bedelaars gaan rond met hun mansbakje om het bruggengeld bij elkaar te scharrelen dat ze straks bij het tolhuis moeten betalen.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).