De of het boerenvrouw?

Het juiste lidwoord is:

de boerenvrouw

  • Meervoud: de boerenvrouwen
  • Verkleinwoord: het boerenvrouwtje
Betekenis (landbouw) vrouwen van landbouwers; vrouwen die in de landbouw werken; vrouw uit de boerenstand

Zo gebruik je boerenvrouw

Met lidwoordde boerenvrouw
Dit of dezedeze boerenvrouw
Dat of diedie boerenvrouw
Ons of onzeonze boerenvrouw
Jouwjouw boerenvrouw
Elk of elkeelke boerenvrouw
Welk of welkewelke boerenvrouw?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote boerenvrouw, de grote boerenvrouw
Meervoudde boerenvrouwen, deze boerenvrouwen

Voorbeeldzinnen met boerenvrouw

  • Savisjna, de kindermeid, vertelde met haar breikous in de hand op zachte toon, zonder zelf de woorden te horen of te volgen, het verhaal dat ze al honderden keren had verteld …
  • Hij vertelde de NOS dat de rugzak gisteravond is gevonden door een Indiaanse boerenvrouw, die met haar familie land langs de rivier de Culebra op en rijstveld aan het werk was.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).