De of het bioscoopbezoeker?

Het juiste lidwoord is:

de bioscoopbezoeker

  • Meervoud: de bioscoopbezoekers
  • Verkleinwoord: het bioscoopbezoekertje
Betekenis (filmkunst) iemand die een film bekijkt in een bioscoop

Zo gebruik je bioscoopbezoeker

Met lidwoordde bioscoopbezoeker
Dit of dezedeze bioscoopbezoeker
Dat of diedie bioscoopbezoeker
Ons of onzeonze bioscoopbezoeker
Jouwjouw bioscoopbezoeker
Elk of elkeelke bioscoopbezoeker
Welk of welkewelke bioscoopbezoeker?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote bioscoopbezoeker, de grote bioscoopbezoeker
Meervoudde bioscoopbezoekers, deze bioscoopbezoekers

Voorbeeldzinnen met bioscoopbezoeker

  • Je moet hem gaan zien", vertelt een bioscoopbezoeker na afloop.
  • Hij verwondde volgens de politie een bioscoopbezoeker met de bijl.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).