De of het heks?

Het juiste lidwoord is:

de heks

  • Meervoud: de heksen
  • Verkleinwoord: het heksje
Betekenis 1. (persoon, mythologie, magie) vrouw aan wie bepaalde bovennatuurlijke krachten worden toegeschreven 2. (persoon, mythologie, magie) al dan niet boosaardige tovenares in sprookjes en mythen

Zo gebruik je heks

Met lidwoordde heks
Dit of dezedeze heks
Dat of diedie heks
Ons of onzeonze heks
Jouwjouw heks
Elk of elkeelke heks
Welk of welkewelke heks?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote heks, de grote heks
Meervoudde heksen, deze heksen

Voorbeeldzinnen met heks

  • Zij is een heks.
  • Maria is een heks.
  • Ze is werkelijk een heks!

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).