De of het bekerophaler?

Het juiste lidwoord is:

de bekerophaler

  • Meervoud: de bekerophalers
  • Verkleinwoord: het bekerophalertje
Betekenis (beroep) iemand die in een horecagelegenheid lege glazen en bekers verzamelt

Zo gebruik je bekerophaler

Met lidwoordde bekerophaler
Dit of dezedeze bekerophaler
Dat of diedie bekerophaler
Ons of onzeonze bekerophaler
Jouwjouw bekerophaler
Elk of elkeelke bekerophaler
Welk of welkewelke bekerophaler?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote bekerophaler, de grote bekerophaler
Meervoudde bekerophalers, deze bekerophalers

Voorbeeldzinnen met bekerophaler

  • ‘Als inschenkassistent annex bekerophaler, lijkt je dat wat? ’Jeroen reageerde ongebruikelijk voor iemand die zojuist een flinke sneer van zijn vrouw had ontvangen.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).