De of het porhout?

Het juiste lidwoord is:

het porhout

  • Meervoud: de porhouten
Betekenis (historisch) kort knuppeltje dat met een lus om de pols was bevestigd en werd gebruikt door porders en porsters die in de tijd voordat wekkers wijd verbreid waren …

Zo gebruik je porhout

Met lidwoordhet porhout
Dit of dezedit porhout
Dat of diedat porhout
Ons of onzeons porhout
Jouwjouw porhout
Elk of elkeelk porhout
Welk of welkewelk porhout?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot porhout, het grote porhout
Meervoudde porhouten, deze porhouten

Voorbeeldzinnen met porhout

  • Mie reikt naar het fornuis, trekt de gewarmde polsmoffen aan, neemt het op tafel liggende porhout op en slaat er mede in de vlakke linkerhand.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).