De of het dubbelbloed?

Het juiste lidwoord is:

de dubbelbloed

  • Meervoud: de dubbelbloeden
  • Verkleinwoord: het dubbelbloedje
Betekenis persoon van gemengd ras

Zo gebruik je dubbelbloed

Met lidwoordde dubbelbloed
Dit of dezedeze dubbelbloed
Dat of diedie dubbelbloed
Ons of onzeonze dubbelbloed
Jouwjouw dubbelbloed
Elk of elkeelke dubbelbloed
Welk of welkewelke dubbelbloed?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote dubbelbloed, de grote dubbelbloed
Meervoudde dubbelbloeden, deze dubbelbloeden

Voorbeeldzinnen met dubbelbloed

  • De (dubbelbloed)kinderen groeiden vervolgens op in een witte maatschappij - zeker Limburg kende toen nog geen gekleurden - en werden regelmatig blootgesteld aan discriminatie.
  • Haar ‘meest zwarte neef’ bracht uitkomst. ‘Niks halfbloed! Dubbelbloed ben je!’ Twee ouders, twee culturen, twee soorten bloed. Natuurlijk, dat moest het zijn.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).