De of het badhotel?

Het juiste lidwoord is:

het badhotel

  • Meervoud: de badhotels
Betekenis (horeca) hotel in een badplaats

Zo gebruik je badhotel

Met lidwoordhet badhotel
Dit of dezedit badhotel
Dat of diedat badhotel
Ons of onzeons badhotel
Jouwjouw badhotel
Elk of elkeelk badhotel
Welk of welkewelk badhotel?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot badhotel, het grote badhotel
Meervoudde badhotels, deze badhotels

Voorbeeldzinnen met badhotel

  • In verband met een brand is vannacht in Renesse uit voorzorg een hotel ontruimd. Pal naast het Badhotel Renesse stond een schuurtje in brand.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).