De of het fabeldichter?

Het juiste lidwoord is:

de fabeldichter

  • Meervoud: de fabeldichters
  • Verkleinwoord: het fabeldichtertje
Betekenis (letterkunde) schrijver die moraliserende dierenverhalen schrijft

Zo gebruik je fabeldichter

Met lidwoordde fabeldichter
Dit of dezedeze fabeldichter
Dat of diedie fabeldichter
Ons of onzeonze fabeldichter
Jouwjouw fabeldichter
Elk of elkeelke fabeldichter
Welk of welkewelke fabeldichter?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote fabeldichter, de grote fabeldichter
Meervoudde fabeldichters, deze fabeldichters

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).