De of het autokaart?

Het juiste lidwoord is:

de autokaart

  • Meervoud: de autokaarten
Betekenis (aardrijkskunde) een wegenkaart geschikt voor gemotoriseerd verkeer

Zo gebruik je autokaart

Met lidwoordde autokaart
Dit of dezedeze autokaart
Dat of diedie autokaart
Ons of onzeonze autokaart
Jouwjouw autokaart
Elk of elkeelke autokaart
Welk of welkewelke autokaart?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote autokaart, de grote autokaart
Meervoudde autokaarten, deze autokaarten

Voorbeeldzinnen met autokaart

  • Vroeger stippelde ik de snelwegen uit op mijn autokaart en zocht de kleine straten erbij in een stratenboek.
  • Al kom je af en toe nog tegen dat iemand met een autokaart het IJsselmeer opgaat.”

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).