De of het zegelrecht?

Het juiste lidwoord is:

het zegelrecht

  • Meervoud: de zegelrechten
  • Verkleinwoord: het zegelrechtje
Betekenis 1. het recht om zegels uit te geven. 2. in sommige landen een belasting bij de totstandkoming van bepaalde contracten of andere documenten, waarvan de betaling bewezen wordt door een zegel of stempel op het betreffende document.

Zo gebruik je zegelrecht

Met lidwoordhet zegelrecht
Dit of dezedit zegelrecht
Dat of diedat zegelrecht
Ons of onzeons zegelrecht
Jouwjouw zegelrecht
Elk of elkeelk zegelrecht
Welk of welkewelk zegelrecht?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot zegelrecht, het grote zegelrecht
Meervoudde zegelrechten, deze zegelrechten

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).