De of het bankjongen?

Het juiste lidwoord is:

de bankjongen

  • Meervoud: de bankjongens
Betekenis (pejoratief) jonge, hoogopgeleide, brutale, al te zelfverzekerde bankmedewerker

Zo gebruik je bankjongen

Met lidwoordde bankjongen
Dit of dezedeze bankjongen
Dat of diedie bankjongen
Ons of onzeonze bankjongen
Jouwjouw bankjongen
Elk of elkeelke bankjongen
Welk of welkewelke bankjongen?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote bankjongen, de grote bankjongen
Meervoudde bankjongens, deze bankjongens

Voorbeeldzinnen met bankjongen

  • Een van mijn bankjongens beschreef de situatie alsof je een achttienjarige met een nieuw rijbewijs in een Ferrari zette.
  • zo'n gladde bankjongen van Dexia.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).