De of het autogebruiker?

Het juiste lidwoord is:

de autogebruiker

  • Meervoud: de autogebruikers
Betekenis persoon die rijdt in een auto

Zo gebruik je autogebruiker

Met lidwoordde autogebruiker
Dit of dezedeze autogebruiker
Dat of diedie autogebruiker
Ons of onzeonze autogebruiker
Jouwjouw autogebruiker
Elk of elkeelke autogebruiker
Welk of welkewelke autogebruiker?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote autogebruiker, de grote autogebruiker
Meervoudde autogebruikers, deze autogebruikers

Voorbeeldzinnen met autogebruiker

  • Het RIVM deed onderzoek naar de fysieke gezondheid, mentale gezondheid en het risico op infecties bij autogebruikers en treinreizigers.
  • Heijnen denkt dat dat kan lukken, omdat bijna zeven op de tien autogebruikers in een gedragsonderzoek aangeven voor korte ritten vaker de fiets te willen pakken.,,Gezonder leven en meer bewegen staat …

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).