De of het bloemenverkoopster?

Het juiste lidwoord is:

de bloemenverkoopster

  • Meervoud: de bloemenverkoopsters
  • Verkleinwoord: het bloemenverkoopstertje
Betekenis (beroep) vrouw die (op de markt) bloemen verkoopt

Zo gebruik je bloemenverkoopster

Met lidwoordde bloemenverkoopster
Dit of dezedeze bloemenverkoopster
Dat of diedie bloemenverkoopster
Ons of onzeonze bloemenverkoopster
Jouwjouw bloemenverkoopster
Elk of elkeelke bloemenverkoopster
Welk of welkewelke bloemenverkoopster?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote bloemenverkoopster, de grote bloemenverkoopster
Meervoudde bloemenverkoopsters, deze bloemenverkoopsters

Voorbeeldzinnen met bloemenverkoopster

  • Samen met een man van 26 bedreigde hij de bloemenverkoopster met een wapen en beroofde haar van geld en persoonlijke eigendommen.
  • En ook op de markt in Moore Street in Dublin blijkt Adams heel veel fans te hebben. Mary Leach, bloemenverkoopster, pakt graag een bosje zonnebloemen voor hem in.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).