De of het eettijd?

Het juiste lidwoord is:

de eettijd

  • Meervoud: de eettijden
  • Verkleinwoord: het eettijdje
Betekenis het tijdstip of de periode waarop men eet

Zo gebruik je eettijd

Met lidwoordde eettijd
Dit of dezedeze eettijd
Dat of diedie eettijd
Ons of onzeonze eettijd
Jouwjouw eettijd
Elk of elkeelke eettijd
Welk of welkewelke eettijd?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote eettijd, de grote eettijd
Meervoudde eettijden, deze eettijden

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).