De of het afscheidsbezoek?

Het juiste lidwoord is:

het afscheidsbezoek

  • Meervoud: de afscheidsbezoeken
  • Verkleinwoord: het afscheidsbezoekje
Betekenis een laatste visite die men aflegt voordat men weggaat

Zo gebruik je afscheidsbezoek

Met lidwoordhet afscheidsbezoek
Dit of dezedit afscheidsbezoek
Dat of diedat afscheidsbezoek
Ons of onzeons afscheidsbezoek
Jouwjouw afscheidsbezoek
Elk of elkeelk afscheidsbezoek
Welk of welkewelk afscheidsbezoek?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot afscheidsbezoek, het grote afscheidsbezoek
Meervoudde afscheidsbezoeken, deze afscheidsbezoeken

Voorbeeldzinnen met afscheidsbezoek

  • «Haar nog eenmaal zien en mij dan begraven, sterven», dacht hij en hij sprak deze gedachte tegen Betsy uit, toen hij haar een afscheidsbezoek bracht.
  • Demonstraties bij het afscheidsbezoek van minister Plasterk aan Bonaire. De eilanders hadden meer van Nederland verwacht nu ze sinds 2010 een provincie zijn.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).