De of het bioloog?

Het juiste lidwoord is:

de bioloog

  • Meervoud: de biologen
  • Verkleinwoord: het bioloogje
Betekenis (biologie, beroep) een wetenschapper die de biologie beoefent

Zo gebruik je bioloog

Met lidwoordde bioloog
Dit of dezedeze bioloog
Dat of diedie bioloog
Ons of onzeonze bioloog
Jouwjouw bioloog
Elk of elkeelke bioloog
Welk of welkewelke bioloog?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote bioloog, de grote bioloog
Meervoudde biologen, deze biologen

Voorbeeldzinnen met bioloog

  • Hij is bioloog.
  • Ik ben bioloog.
  • Tom is bioloog.

Woorden die eindigen op bioloog

zeebioloog | evolutiebioloog | marinebioloog | visserijbioloog | celbioloog | radiobioloog | microbioloog | neurobioloog | exobioloog | waterbioloog

Bij samenstellingen bepaalt het laatste deel het lidwoord. Bekijk de regel

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).