De of het hotelemployee?

Het juiste lidwoord is:

de hotelemployee

  • Meervoud: de hotelemployees
  • Verkleinwoord: het hotelemployeetje
Betekenis (beroep, horeca) vrouwspersoon werkzaam in een hotel

Zo gebruik je hotelemployee

Met lidwoordde hotelemployee
Dit of dezedeze hotelemployee
Dat of diedie hotelemployee
Ons of onzeonze hotelemployee
Jouwjouw hotelemployee
Elk of elkeelke hotelemployee
Welk of welkewelke hotelemployee?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote hotelemployee, de grote hotelemployee
Meervoudde hotelemployees, deze hotelemployees

Voorbeeldzinnen met hotelemployee

  • Een medewerker van het tribunaal en een hotelemployee vonden Dunjić op zijn hotelkamer.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).