De of het adventkalender?

Het juiste lidwoord is:

de adventkalender

  • Meervoud: de adventkalenders
Betekenis (religie) kalender voor het aftellen van de laatste 24 dagen voor kerstmis waarbij men iedere dag een luikje of pakje mag openmaken

Zo gebruik je adventkalender

Met lidwoordde adventkalender
Dit of dezedeze adventkalender
Dat of diedie adventkalender
Ons of onzeonze adventkalender
Jouwjouw adventkalender
Elk of elkeelke adventkalender
Welk of welkewelke adventkalender?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote adventkalender, de grote adventkalender
Meervoudde adventkalenders, deze adventkalenders

Voorbeeldzinnen met adventkalender

  • In Denemarken schiet de verkoop van de speeltjes omhoog. Vooral een 'adventkalender' blijkt een bestseller.
  • Veel verkochte kerstitems: een pluchen rendier, een adventkalender, speciaal bier en friet voor de hond, een doos met kerstsnacks en hondentruitjes.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).