De of het bamboestengel?

Het juiste lidwoord is:

de bamboestengel

  • Meervoud: de bamboestengels
  • Verkleinwoord: het bamboestengeltje
Betekenis (plantkunde) de dikke gesegmenteerde stam van een bamboeplant

Zo gebruik je bamboestengel

Met lidwoordde bamboestengel
Dit of dezedeze bamboestengel
Dat of diedie bamboestengel
Ons of onzeonze bamboestengel
Jouwjouw bamboestengel
Elk of elkeelke bamboestengel
Welk of welkewelke bamboestengel?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote bamboestengel, de grote bamboestengel
Meervoudde bamboestengels, deze bamboestengels

Voorbeeldzinnen met bamboestengel

  • De vrouw droeg een schoudertas en het was alsof ze thuishoorde in deze tuin, waar alleen de in de verdorde aarde gestoken bamboestengels herinnerden aan de tomaten, aubergines en sla die hier ooit …

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).