De of het bankschuld?

Het juiste lidwoord is:

de bankschuld

  • Meervoud: de bankschulden
Betekenis geld dat men geleend heeft van een bank en dat men nog moet terugbetalen

Zo gebruik je bankschuld

Met lidwoordde bankschuld
Dit of dezedeze bankschuld
Dat of diedie bankschuld
Ons of onzeonze bankschuld
Jouwjouw bankschuld
Elk of elkeelke bankschuld
Welk of welkewelke bankschuld?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote bankschuld, de grote bankschuld
Meervoudde bankschulden, deze bankschulden

Voorbeeldzinnen met bankschuld

  • Met een bankschuld van 1700 euro, halverwege het subsidiejaar, was de lokale omroep het water tot de lippen gestegen.
  • Actrice Tori Spelling (44) en haar echtgenoot Dean McDermott moeten een bankschuld van 220.000 dollar (196.000 euro) terugbetalen.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).