De of het aanvalsduo?

Het juiste lidwoord is:

het aanvalsduo

  • Meervoud: de aanvalsduo's
Betekenis (sport, militair) twee samenwerkende aanvallers

Zo gebruik je aanvalsduo

Met lidwoordhet aanvalsduo
Dit of dezedit aanvalsduo
Dat of diedat aanvalsduo
Ons of onzeons aanvalsduo
Jouwjouw aanvalsduo
Elk of elkeelk aanvalsduo
Welk of welkewelk aanvalsduo?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot aanvalsduo, het grote aanvalsduo
Meervoudde aanvalsduo's, deze aanvalsduo's

Voorbeeldzinnen met aanvalsduo

  • Het was voor PSV de ultieme kroon op de jeugdopleiding geweest als Vertessen (sinds 2009 bij de club) en Ihattaren (tussen 2010 en 2021) het aanvalsduo van het eerste elftal hadden gevormd.
  • In het vervolg van de wedstrijd drong Atlético met het aanvalsduo Luis Suárez en Antoine Griezmann aan, maar de thuisclub bleef overeind, mede dankzij doelman Fernando Pacheco.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).