De of het bosogentroost?

Het juiste lidwoord is:

de bosogentroost

Zo gebruik je bosogentroost

Met lidwoordde bosogentroost
Dit of dezedeze bosogentroost
Dat of diedie bosogentroost
Ons of onzeonze bosogentroost
Jouwjouw bosogentroost
Elk of elkeelke bosogentroost
Welk of welkewelke bosogentroost?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote bosogentroost, de grote bosogentroost