De of het beroepschauffeur?

Het juiste lidwoord is:

de beroepschauffeur

  • Meervoud: de beroepschauffeurs
Betekenis (beroep) het besturen van een vrachtwagen als beroep

Zo gebruik je beroepschauffeur

Met lidwoordde beroepschauffeur
Dit of dezedeze beroepschauffeur
Dat of diedie beroepschauffeur
Ons of onzeonze beroepschauffeur
Jouwjouw beroepschauffeur
Elk of elkeelke beroepschauffeur
Welk of welkewelke beroepschauffeur?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote beroepschauffeur, de grote beroepschauffeur
Meervoudde beroepschauffeurs, deze beroepschauffeurs

Voorbeeldzinnen met beroepschauffeur

  • "Als het moet, dan moet het", zegt beroepschauffeur Ludo Vermeulen (25) uit het Zeeuwse Lewedorp.
  • De rechter vond dat de vrouw tegen de neuroloog had moeten zeggen dat ze beroepschauffeur was en of haar vermoedelijke epilepsie een probleem zou zijn in haar werk.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).