De of het zoutkaartje?

Het juiste lidwoord is:

het zoutkaartje

  • Meervoud: de zoutkaartjes
Regel Verkleinwoorden (-je, -tje, -pje): altijd het. Bekijk de regel
Betekenis treinkaartje waarmee men men korting buiten de spits kan reizen als door strenge vorst een extra drukke spits wordt verwacht

Zo gebruik je zoutkaartje

Met lidwoordhet zoutkaartje
Dit of dezedit zoutkaartje
Dat of diedat zoutkaartje
Ons of onzeons zoutkaartje
Jouwjouw zoutkaartje
Elk of elkeelk zoutkaartje
Welk of welkewelk zoutkaartje?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot zoutkaartje, het grote zoutkaartje
Meervoudde zoutkaartjes, deze zoutkaartjes

Voorbeeldzinnen met zoutkaartje

  • Om de drukte wat te spreiden, kunnen reizigers een Zoutkaartje kopen, waarmee buiten de spits met korting kan worden gereisd.
  • Reizigers kunnen met een zoutkaartje buiten de spits met 40 procent korting reizen.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).