De of het zonen?

Het juiste lidwoord is:

de zonen

Zo gebruik je zonen

Met lidwoordde zonen
Dit of dezedeze zonen
Dat of diedie zonen
Ons of onzeonze zonen
Jouwjouw zonen
Elk of elkeelke zonen
Welk of welkewelke zonen?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote zonen, de grote zonen

Voorbeeldzinnen met zonen

  • Wij zijn zijn zonen.
  • Waar zijn jouw zonen?
  • Dat zijn mijn zonen.

Woorden die beginnen met zonen

zonenergie

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).