De of het zomer?

Het juiste lidwoord is:

de zomer

  • Meervoud: de zomers
  • Verkleinwoord: het zomertje
Betekenis (meteorologie) jaargetijde tussen lente en herfst

Zo gebruik je zomer

Met lidwoordde zomer
Dit of dezedeze zomer
Dat of diedie zomer
Ons of onzeonze zomer
Jouwjouw zomer
Elk of elkeelke zomer
Welk of welkewelke zomer?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote zomer, de grote zomer
Meervoudde zomers, deze zomers

Voorbeeldzinnen met zomer

  • De zomer is voorbij.
  • De zomer kwam vroeg.
  • De zomer is hier.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).