De of het sportzomer?

Het juiste lidwoord is:

de sportzomer

  • Meervoud: de sportzomers
Betekenis (sport) een zomer vol met sportactiviteiten

Zo gebruik je sportzomer

Met lidwoordde sportzomer
Dit of dezedeze sportzomer
Dat of diedie sportzomer
Ons of onzeonze sportzomer
Jouwjouw sportzomer
Elk of elkeelke sportzomer
Welk of welkewelke sportzomer?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote sportzomer, de grote sportzomer
Meervoudde sportzomers, deze sportzomers

Voorbeeldzinnen met sportzomer

  • En dat terwijl koning Willem-Alexander, tot grote verrassing van Van den Tweel, eerder op de dag de Troonrede nog begon door uitgerekend aan de succesvolle sportzomer van 2024 te refereren.
  • Dat de Oranjevoetbalsters twee cruciale duels tegemoet gaan, wordt snel over het hoofd gezien in deze nu al drukke sportzomer met de succesvolle Oranjemannen bij hun EK en de steeds spannender …

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).