De of het zolderetage?

Het juiste lidwoord is:

de zolderetage

  • Meervoud: de zolderetages
Betekenis (bouwkunde) hoogste woonlaag die direct onder het dak is gelegen

Zo gebruik je zolderetage

Met lidwoordde zolderetage
Dit of dezedeze zolderetage
Dat of diedie zolderetage
Ons of onzeonze zolderetage
Jouwjouw zolderetage
Elk of elkeelke zolderetage
Welk of welkewelke zolderetage?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote zolderetage, de grote zolderetage
Meervoudde zolderetages, deze zolderetages

Voorbeeldzinnen met zolderetage

  • De kist was na het overlijden van de eigenaar bij zijn zoon in Heerhugowaard terechtgekomen en kwam pas weer aan het licht tijdens het opruimen van de zolderetage.
  • Op de zolderetage van de woning aan de Van der Takstraat onstond [sic!] rond acht uur een uitslaande brand.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).