De of het zijgevel?

Het juiste lidwoord is:

de zijgevel

  • Meervoud: de zijgevels
  • Verkleinwoord: het zijgeveltje
Betekenis (bouwkunde) buitenmuur aan de linker- of rechterzijkant van een gebouw

Zo gebruik je zijgevel

Met lidwoordde zijgevel
Dit of dezedeze zijgevel
Dat of diedie zijgevel
Ons of onzeonze zijgevel
Jouwjouw zijgevel
Elk of elkeelke zijgevel
Welk of welkewelke zijgevel?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote zijgevel, de grote zijgevel
Meervoudde zijgevels, deze zijgevels

Voorbeeldzinnen met zijgevel

  • In Berkel en Rodenrijs waaiden dakpannen van daken en viel een deel van een zijgevel op straat.
  • Jarenlang lag tegen de zijgevel van het huis een rommelige stapel hout onder een oud zeil.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).