De of het zesde-eeuwer?

Het juiste lidwoord is:

de zesde-eeuwer

  • Meervoud: de zesde-eeuwers
  • Verkleinwoord: het zesde-eeuwertje
Betekenis iemand die in de zesde eeuw heeft geleefd

Zo gebruik je zesde-eeuwer

Met lidwoordde zesde-eeuwer
Dit of dezedeze zesde-eeuwer
Dat of diedie zesde-eeuwer
Ons of onzeonze zesde-eeuwer
Jouwjouw zesde-eeuwer
Elk of elkeelke zesde-eeuwer
Welk of welkewelke zesde-eeuwer?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote zesde-eeuwer, de grote zesde-eeuwer
Meervoudde zesde-eeuwers, deze zesde-eeuwers

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).