De of het vim?

Het juiste lidwoord is:

de vim

  • Meervoud: de vimmen
  • Verkleinwoord: het vimmetje
Betekenis 1. (huishouden) schuurmiddel dat gebruikt wordt in het huishouden als schoonmaakmiddel 2. houtstapel

Zo gebruik je vim

Met lidwoordde vim
Dit of dezedeze vim
Dat of diedie vim
Ons of onzeonze vim
Jouwjouw vim
Elk of elkeelke vim
Welk of welkewelke vim?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote vim, de grote vim
Meervoudde vimmen, deze vimmen

Voorbeeldzinnen met vim

  • De huizen op wielen, die behalve een gezinsvoorraad hagelslag, suikerklontjes, mierenlokdoosjes en bussen vim ook een mattenklopper herbergen.
  • Ze probeerden het met vim eraf te halen.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).