De of het zandrog?

Het juiste lidwoord is:

de zandrog

  • Meervoud: de zandroggen
  • Verkleinwoord: het zandroggetje

Zo gebruik je zandrog

Met lidwoordde zandrog
Dit of dezedeze zandrog
Dat of diedie zandrog
Ons of onzeonze zandrog
Jouwjouw zandrog
Elk of elkeelke zandrog
Welk of welkewelke zandrog?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote zandrog, de grote zandrog
Meervoudde zandroggen, deze zandroggen

Meervoud, verkleinwoord en vertaling: WikiWoordenboek, licentie CC BY-SA 4.0.