De of het za?

Het juiste lidwoord is:

de za

Betekenis (afkorting, tijdrekening, dag) zaterdag, de eerste dag van het weekeinde

Zo gebruik je za

Met lidwoordde za
Dit of dezedeze za
Dat of diedie za
Ons of onzeonze za
Jouwjouw za
Elk of elkeelke za
Welk of welkewelke za?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote za, de grote za

Voorbeeldzinnen met za

  • Open: di, wo, do, vr; dicht: za, zo, ma.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).