De of het woordweb?

Het juiste lidwoord is:

het woordweb

  • Meervoud: de woordwebben / woordwebs
  • Verkleinwoord: het woordwebje
Betekenis (onderwijs) grafsiche weergave van alle associaties die men bij een bepaald woord kan maken

Zo gebruik je woordweb

Met lidwoordhet woordweb
Dit of dezedit woordweb
Dat of diedat woordweb
Ons of onzeons woordweb
Jouwjouw woordweb
Elk of elkeelk woordweb
Welk of welkewelk woordweb?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot woordweb, het grote woordweb
Meervoudde woordwebben, deze woordwebben

Voorbeeldzinnen met woordweb

  • Met een woordweb moeten leerlingen van de Anninksschool in Hengelo zoveel mogelijk associaties bedenken bij het woordje vrijheid.,,Dat je je mening mag uiten” …
  • Een woordweb levert het benodigde vocabulaire, maar dat zou je ook tevoren kunnen laten leren.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).