De of het woonperceel?

Het juiste lidwoord is:

het woonperceel

  • Meervoud: de woonpercelen
  • Verkleinwoord: het woonperceeltje
Betekenis stuk grond dat gebruikt wordt voor woonactiviteiten

Zo gebruik je woonperceel

Met lidwoordhet woonperceel
Dit of dezedit woonperceel
Dat of diedat woonperceel
Ons of onzeons woonperceel
Jouwjouw woonperceel
Elk of elkeelk woonperceel
Welk of welkewelk woonperceel?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot woonperceel, het grote woonperceel
Meervoudde woonpercelen, deze woonpercelen

Voorbeeldzinnen met woonperceel

  • Rond ieder woonperceel moet een afstand van duizend meter worden aangehouden.
  • WIERDEN - Burgemeester Doret Tigchelaar krijgt 10.500 euro van de gemeente Wierden uitgekeerd om, uit veiligheidsoverwegingen …

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).